De asperge kent een lange geschiedenis. De oude Egyptenaren gebruikten rauwe asperges als lustopwekkend middel. De Romeinen begonnen de asperge te waarderen als groente. Het eerste aspergerecht is beschreven door Apicius (249-149 v. Chr.)
Witte en groene asperges
De kleur van de asperges wordt bepaald door het zonlicht. Aspergestengels zijn eigenlijk wit, maar wanneer ze blootgesteld worden aan de zon krijgen ze kleur. Witte asperges worden geoogst wanneer ze nog volledig onder de grond zitten, violette asperges worden gestoken wanneer het kopje net boven de grond uitsteekt.
Violette asperges hebben een iets krachtiger smaak en zijn vooral in Frankrijk populair. Groene asperges worden boven de grond gekweekt. Omdat ze daarom direct kunnen worden afgesneden zijn ze een stuk goedkoper dan witte asperges, die in Nederland met de hand worden uitgegraven en gestoken.
Zo vers mogelijk
Asperges zijn beperkt houdbaar, de kwaliteit gaat er snel op achteruit. Ze blijven het best als je ze in een natte doek wikkelt en in het groentenvak van de ijskast bewaart, het liefst op 2°C.
Bereiding
De klassieke bereidingswijze is de stengels rechtop te koken in een hoge pan of een speciale aspergepan, met de toppen net boven water.
De kooktijd varieert naar gelang de dikte van de asperges. Dikke asperges (klasse AA1) kook je 13 minuten in gezouten water waar je een snuif suiker aan toevoegt.
Laat ze nog 10 minuten nagaren voor je ze serveert.