Het Kostershoes, een locatie met een turbulent verleden

Recepten-pagina collage
Het restaurant bevindt zich op een bijzondere plek, die qua bouwkundig verleden teruggaat tot het jaar 1864, maar waarvan de werkelijke voorgeschiedenis feitelijk al in de zestiende eeuw begint.

Tussen 1520 en 1530 kwamen de eerste Doopsgezinden (ook wel Menisten genoemd) vanuit Vlaanderen en Brabant naar Twente, waar zij aan de wreedste vervolgingen werden blootgesteld. De religieuze verdraagzaamheid ging in die tijd nog niet zover, dat elke andere geloofsovertuiging zomaar geduld werd.

Zodra de Doopsgezinden in het openbaar voor hun godsdienstige gevoelens uitkwamen, werden zij door de Roomse Overheid streng aangepakt. Dit zou er zelfs toe leiden, dat Maria van Beckum en haar schoonzuster Ursela van Werdum op 13 november 1544 levend werden verbrand, omdat zij de Doopsgezind leer niet wilden afzweren.

Na zijn verovering van Twente gaf Prins Maurits in 1597 opdracht aan de Drost van Twente om de Doopsgezinden met rust te laten en nadat de Bisschop van Munster in 1620 alle Doopsgezinden uit zijn gebied verbannen had, konden de Twentse Menisten zich gedurende de daarop volgende eeuwen in betrekkelijke rust ontwikkelen, mits zij zich aan de regels van Stelligheid en Moderatie zouden houden. Ook in Enschede had men een eigen kerk, een heel fraai gebouwtje zelfs, dat bij de grote stadsbrand op 7 mei 1862 evenwel aan de vlammen ten prooi viel. Over de bouw van een nieuwe kerk bestond veel verschil van mening en uiteindelijk zegevierden eenvoud en zuinigheid* over uiterlijk vertoon en kunstzinnige voorkeuren. De nieuwe kerk, op de plaats van de oude, maar minder sierlijk en smaakvol, werd op 1 mei 1864 door ds. Feniks van der Ploeg ingewijd. Op 22 december 1970 sloeg het brandende noodlot opnieuw toe en nadat het gebouw wederom uit de as was herrezen, werd het in 1971 verkocht aan de familie Donkerwolke, die het tot voor kort als magazijn voor haar bonthandel gebruikte.

(Bron: Geschiedenis van Enschede en zijn naaste omgeving, door Dr. A. Benthem Gz, tweede druk, 1920, met dank aan W.J.E.Berns en P.C.Bonder)

*wellicht ten overvloede: deze twee eigenschappen kunt u hier nu uiteraard geheel en al achterwege laten.......